studiefinanciering

studiefinanciering: 10 praktische tips & nuttige informatie

Studiefinanciering

Met studiefinanciering is het mogelijk een studie of opleiding te volgen, ook als je geen, of niet voldoende eigen geld daarvoor beschikbaar hebt. Wie in aanmerking wil komen voor studiefinanciering krijgt te maken met Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), voorheen de IB-Groep. DUO is het uitvoerend orgaan van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Op de website van DUO (www.ocwduo.nl) kun je alles vinden over studiefinanciering, deze aanvragen en wijzigingen doorgeven.

Studiefinanciering is geregeld in de Wet studiefinanciering. Als je 18 jaar of ouder bent, en je volgt een mbo-opleiding of je studeert aan een hbo of universiteit, kun je voor studiefinanciering in aanmerking komen.
Studiefinanciering bestaat uit de volgende onderdelen:

  • basisbeurs
  • aanvullende beurs
  • OV-studentenkaart
  • lening 
  • collegegeldkrediet (alleen hoger onderwijs)
Studenten in het mbo (niveau 3 en 4), hbo en aan de universiteit vallen onder de prestatiebeurs. Lees meer hierover in tip 2. De prestatiebeurs geldt niet voor mbo-studenten die niveau 1 of 2 doen en voor mbo-studenten die voor 1 augustus 2005 al een studiefinanciering kregen.
Iedereen die recht heeft op studiefinanciering, krijgt een basisbeurs. Voor uitwonende scholieren is de basisbeurs hoger dan voor de student die nog thuis woont. Als je studeert, terwijl je ook een kind verzorgt, kun je een toeslag op de basisbeurs krijgen. Lees hier meer over in tip 8.

Prestatiebeurs

De prestatiebeurs is een tegemoetkoming die je in eerste instantie in de vorm van een lening krijgt. Als je binnen tien jaar je diploma hebt gehaald, hoef je niets terug te betalen. Lukt dit je niet, dan moet je de prestatiebeurs terug betalen. Dit geldt niet voor de aanvullende beurs. De aanvullende beurs is gedurende de eerste twaalf maanden een gift.

De prestatiebeurs bestaat uit de volgende onderdelen:
  • basisbeurs
  • aanvullende beurs
  • OV-studentenkaart
De termijn van tien jaar wordt de diplomatermijn genoemd. Hij gaat in op het moment dat de prestatiebeurs wordt uitgekeerd. Je hebt gedurende maximaal tien jaar recht op studiefinanciering. Hij stopt na tien jaar automatisch, of als je de leeftijd van 34 jaar hebt bereikt.

Mbo (niveau 3 en 4)

Voor het volgen van middelbaar beroepsonderwijs (mbo) op niveau 3 of 4 kun je de eerste vier jaar een prestatiebeurs aanvragen. Deze geldt ook in eerste instantie als lening. Ook hier ontvang je de eerste twaalf maanden een aanvullende beurs als gift. Als je binnen tien jaar je diploma haalt op (minstens) niveau 3 of 4, hoef je de basisbeurs, aanvullende beurs en de vergoeding voor de OV-studentenkaart niet terug te betalen. De prestatiebeurs geldt niet voor studenten die voor 1 augustus 2005 al een studiefinanciering hadden of studenten die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen. Als je bij de mbo-opleiding staat ingeschreven op niveau 1 of 2 en tegelijkertijd ook voor niveau 3 of 4, ontvang je op grond van de hogere opleiding de prestatiebeurs.

Specialistenopleiding

Wanneer je na het behalen van je mbo-opleiding een specialistenopleiding gaat volgen (één of twee jaar), kun je de prestatiebeurs tot maximaal twee jaar verlengen. Als je de specialistenopleiding met een diploma afsluit, is de verlenging van de prestatiebeurs een gift.

Hbo en universiteit

Voor studie aan een universiteit of hogeschool kun je studiefinanciering aanvragen voor de duur van de studie plus drie jaar. Voor een vierjarige studie kun je in totaal zeven jaar studiefinanciering aanvragen. Voor de duur van de studie (de vier jaar in dit geval) kun je een prestatiebeurs aanvragen.

Aanvullende beurs

Naast de basisbeurs kun je in bepaalde gevallen een aanvullende beurs aanvragen. Bij de prestatiebeurs is de aanvullende beurs onderdeel van de prestatiebeurs. Je kunt de aanvullende beurs dus als gift krijgen als je het diploma binnen de termijn haalt.

De hoogte van de aanvullende beurs hangt samen met het inkomen van je ouders. Je ouders moeten namelijk een ouderbijdrage betalen aan de hand van hun inkomen. Op de website van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) kunnen je ouders via een rekenprogramma zelf de hoogte van de ouderbijdrage uitrekenen. Voor de aanvullende beurs wordt alleen gekeken naar de gegevens van je natuurlijke ouders, en niet naar een pleeg- of stiefouder. Bij het inkomen wordt er ook gekeken naar schulden uit studiefinanciering, of er broers en zussen zijn die ook een aanvullende beurs ontvangen en het aantal andere schoolgaande broers en zussen in het voortgezet onderwijs waarvoor geen studiefinanciering is aangevraagd.

Ouders zijn niet verplicht de ouderbijdrage te betalen. Je kunt eventueel de ouderbijdrage als lening aanvragen. Je ouders krijgen geen informatie over de hoogte van de aanvullende beurs en jij krijgt geen informatie over het inkomen van je ouders.

Voor het berekenen van de ouderbijdrage gaat DUO uit van het inkomen van 2007. Als het inkomen na dat jaar is gedaald, kunnen je ouders DUO vragen een ander inkomensjaar te gebruiken.

Wanneer je ouders inkomsten ontvangen uit het buitenland, moeten je ouders andere formulieren invullen en deze met bewijsstukken inleveren. Het kan zijn dat je ouders in het buitenland wonen. Je ouders kunnen je in dat geval ook machtigen de formulieren namens hen in te vullen.

OV-Studentenkaart

De OV-studentenkaart is een onderdeel van de studiefinanciering. Het recht op een OV-studentenkaart duurt zolang je recht hebt op studiefinanciering. Het is een kaart waarmee je kunt reizen met het openbaar vervoer (trein, bus, metro en tram).

De OV-chipkaart zal binnenkort alle treinkaarten, strippenkaarten en abonnementen voor het openbaar vervoer vervangen, dus ook de oude OV-studentenkaart. Het gebruik van de OV-chipkaart wordt stapsgewijs ingevoerd. Voor alle informatie over de OV-chipkaart is een eigen website ingericht.

De OV-studentenkaart valt onder de prestatienorm als het recht op de studiefinanciering geldt voor een opleiding in het hoger onderwijs. Ook als de studiefinanciering valt onder de prestatiebeurs voor het beroepsonderwijs, valt de OV-studentenkaart onder de prestatienorm. Dit houdt in dat je binnen tien jaar je diploma moet hebben gehaald. Als dat je lukt, hoef je niets te betalen voor alle jaren dat je de OV-studentenkaart hebt gebruikt.

Als het je niet is gelukt, moet je de studentenkaart betalen plus de rente over het bedrag dat de OV-studentenkaart heeft gekost. Dit geldt ook voor
vergoedingen, compensatie of schadevergoeding die je hebt ontvangen om gebruik te maken van het openbaar vervoer.

Denk er goed over na of je aan de prestatienorm kunt voldoen. Denk je dat het voor jou niet haalbaar is? Vraag dan geen OV-studentenkaart aan. Je kunt als je de prestatienorm toch hebt gehaald, achteraf geen vergoeding krijgen!

Het recht op de OV-studentenkaart vervalt, als:
  • de opleiding is beëindigd of je stopt met de studie
  • je niet de opleiding volgt waar je de studiefinanciering voor hebt aangevraagd
  • je een vergoeding hebt aangevraagd in plaats van een OV-studentenkaart, omdat je in het buitenland studeert of stage loopt
  • je maximale studiefinancieringrechten zijn opgebruikt
  • je studiefinanciering is stopgezet omdat je teveel hebt bijverdiend

Lening

Je kunt naast de basisbeurs en de aanvullende beurs een lening afsluiten bij DUO. De lening staat los van de studieresultaten en je hoeft de lening pas na de studie terug te betalen. Over de lening moet je rente betalen. (Dit was 3,58 procent in 2009). De rente gaat in vanaf de dag dat je de lening of prestatiebeurs hebt ontvangen op je rekening. Het rentepercentage wordt jaarlijks door de overheid vastgesteld.

Als je geen recht meer hebt op de prestatiebeurs, maar je bent wel nog als voltijdstudent ingeschreven bij je opleiding, kun je nog drie jaar lenen.
Er is een wettelijk maximumbedrag per maand voor vastgesteld. In 2009 is dat bedrag 832,43 euro per maand.

Op de website van DUO kun je eenvoudig via rekenprogramma’s uitrekenen hoe hoog je schuld is na afloop van je opleiding. Je kunt de lening ook via de website aanvragen. Bedenk wel dat een lening een extra schuld erbij is.

Collegegeldkrediet

Als je een opleiding volgt aan een hbo of universiteit kun je naast de gewone lening ook een lening aanvragen voor het betalen van je collegegeld. Het betreft dan een zogenaamd ‘collegegeldkrediet’. Dit collegegeldkrediet is onderdeel van de studiefinanciering. Je kunt een collegegeldkrediet samen met de prestatiebeurs en eventuele lening aanvragen. Het collegegeldkrediet wordt in maandelijkse bedragen uitbetaald. Na de studie betaal je het krediet terug onder dezelfde voorwaarden als de studieschuld.

Het bedrag voor het collegegeldkrediet is even hoog als het wettelijk collegegeld of het instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld voor het studiejaar 2009/2010 is vastgesteld op 1.597 euro. Andere bedragen kunnen gelden voor particuliere of buitenlandse opleidingen of als je ouder bent dan 30 jaar. De onderwijsinstelling bepaalt de hoogte van het instellingscollegegeld. Je mag altijd het bedrag van het wettelijk collegegeld lenen. Als je meer wilt lenen, kan dat alleen als je ook meer dan het wettelijk collegegeld moet betalen. Er is ook een maximum aan het collegegeldkrediet gesteld, namelijk maximaal vijf keer het bedrag aan wettelijk collegegeld.

Regels en hoogte

Voor het jaar 2009 mag je 13.215,83 euro bijverdienen naast je studiefinanciering. Zolang je onder dit bedrag blijft, verandert er niets aan je studiefinanciering. Het bedrag wordt overgenomen van het verzamelinkomen wat door de Belastingdienst op de definitieve aanslag wordt vermeld. Als je geen aangifte doet bij de Belastingdienst, wordt de jaaropgave van je werkgever(s) of uitkerende instantie gebruikt. Als je meerdere werkgevers en/of uitkeringen hebt, wordt alles bij elkaar opgeteld. Hou zelf de bijverdiengrens in de gaten.

Heb je inkomsten uit een eigen onderneming, dan zal DUO een maandbedrag berekenen en hanteren. Deze is gebaseerd op de winst uit onderneming, negatieve persoonsgebonden aftrekposten, het belastbaar inkomen uit box 2 (aanmerkelijk belang) en het belastbaar inkomen uit box 3 (voordeel uit sparen en beleggen) gedeeld door twaalf maanden.

Uitkeringen op grond van Wet werk en bijstand, Toeslagenwet, Algemene nabestaandenwet (tot een bepaalde hoogte) tellen mee in het verzamelinkomen. Wat niet mee telt, zijn inkomsten uit:

  • studiefinanciering
  • uitkering op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
  • kinderbijslag voor je kinderen
  • huurtoeslag
  • zorgstoeslag
  • loterijprijzen
  • alimentatie voor je kinderen of van je ouders
  • eenmalige studiebeurs van een (particulier) studiefonds
Als je boven de bijverdiengrens uitkomt, moet je de studiefinanciering stopzetten en de OV-studentenkaart inleveren voordat je inkomsten die grens overstijgen. Per 1 januari van het volgende jaar kun je opnieuw studiefinanciering aanvragen. Het stopzetten gaat eenvoudig via de website van DUO.
Kom je er pas later achter dat je boven de grens uitkomt? Je kunt achteraf de studiefinanciering nog stopzetten. Je moet dan wel het teveel ontvangen studiefinanciering terugbetalen. Ook met je het maandelijkse bedrag van de OV-studentenkaart terug betalen.
Als je dertig jaar of ouder bent en je stopt je studiefinanciering kun je niet meer opnieuw studiefinanciering aanvragen.

Als je een kind verzorgt

Als je naast je studie een kind verzorgt, kun je in aanmerking komen voor een toeslag op de basisbeurs. Bij de prestatiebeurs is de toeslag een onderdeel, dus als je het diploma haalt binnen de diplomatermijn, is de toeslag een gift.  Er zijn twee toeslagen: de éénoudertoeslag en de partnertoeslag.

Éénoudertoeslag

Wanneer je zonder partner een kind onder de 18 jaar verzorgt, waar je ook kinderbijslag voor ontvangt, kom je in aanmerking voor éénoudertoeslag. In 2009 is dat bedrag 435,10 euro per maand. Als je niet in aanmerking komt voor een prestatiebeurs, kun je de éénoudertoeslag ook lenen.

Partnertoeslag

Je kunt de partnertoeslag aanvragen als je studiefinanciering ontvangt en samen met een partner een kind onder de 12 jaar verzorgt. Eén van jullie ontvangt kinderbijslag voor dit kind. Het inkomen van je partner mag in 2009 niet hoger zijn dan 8317,86 euro per maand. Als je partner ook studeert en studiefinanciering ontvangt, heb je geen recht op de partnertoeslag. Een partner is degene met wie je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, en van wie je niet duurzaam gescheiden leeft. Of het is iemand met wie je op hetzelfde adres woont en met wie je duurzaam een gezamenlijke huishouding voert (maar niet getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan). Het zijn niet je ouders, maar het kan wel een broer of zus zijn als je met deze op een ander adres woont dan het adres van je ouders. Een buitenlandse partner moet rechtmatig in Nederland verblijven. In 2009 bedraagt de partnertoeslag 543,73 euro per maand.

Hoe vraag je stufi aan

Als je gaat studeren en je wilt studiefinanciering aanvragen, doe je dit bij voorkeur drie maanden voor aanvang van de opleiding. Je kunt geen studiefinanciering achteraf aanvragen. De aanvraag kun je online via de website van DUO (www.ocwduo.nl) verzorgen, of via een formulier. Het verwerken van je aanvraag met een formulier neemt meer tijd in beslag. Er zijn twee verschillende aanvraagformulieren, één voor mbo en één voor hbo en universiteit.

Wanneer je in aanmerking wilt komen voor een toeslag omdat je een kind verzorgt, kun je ook online gebruik maken van het daartoe bestemde formulier (Formulier voor éénouder- en partnertoeslag).

Wanneer je uit de EU/EER komt en je hebt geen recht op volledige studiefinanciering, kun je een collegeldkrediet aanvragen. Je kunt hiervoor een formulier downloaden of opvragen bij DUO. Dit formulier moet samen met bewijsstukken worden opgestuurd. Het is belangrijk deze aanvraag op tijd te doen, minimaal binnen vier maanden na de ingangsdatum van je opleiding. Als je stopt met je opleiding, moet je dit onmiddellijk doorgeven aan DUO.

Het adres van DUO  is:
Dienst Uitvoering Onderwijs
Collegegeldkrediet EU/EER
Postbus 50021
9702 BA Groningen

Studieschuld

Je begint met het terugbetalen van je studieschuld als je opleiding is beëindigd, omdat je bent gestopt of je het diploma hebt gehaald.
De studieschuld wordt onderverdeeld in drie fases:
  • de fase waarin je nog studeert en een schuld opbouwt
  • de aanloopfase: in deze periode mag je beginnen met terugbetaling, maar het hoeft nog niet
  • de aflosfase: in deze periode moet de studieschuld worden afgelost

De aanloopfase

De aanloopfase gaat in op 1 januari na het beëindigen van de opleiding of nadat het recht op studiefinanciering is vervallen. De aanloopfase duurt twee jaar. Je hoeft in deze periode de studieschuld niet af te lossen, maar het mag wel. Tijdens de aanloopfase wordt er rente over de schuld in rekening gebracht.

De aflosfase

De aflosfase begint op 1 januari na de aanloopfase van twee jaar. Nu ben je verplicht de studieschuld af te lossen. De aflosfase duurt maximaal vijftien jaar. Je mag de studieschuld in een kortere termijn aflossen. Het minimale aflosbedrag is in 2009 45,41 euro per maand.

Ten onrechte ontvangen studiefinanciering

Als er ten onrechte studiefinanciering is uitbetaald (bijvoorbeeld als het inkomen boven de bijverdiengrens is gekomen), ontvang je een acceptgiro om het teveel ontvangen studiefinanciering terug te betalen. Als de rekening niet voor de vervaldatum is betaald, wordt de schuld in een lening omgezet. Je moet dan rente over de lening betalen.

Opnieuw studeren

Wanneer je opnieuw gaat studeren, kun je onder bepaalde voorwaarden de aanloop- of aflosperiode tijdelijk opschorten. Het moet dan in ieder geval wel een opleiding in het beroepsonderwijs of hoger onderwijs betreffen.

Tips & Reacties

Deel je eigen tip over studiefinanciering

En maak kans op een cadeaubon ter waarde van € 25!